Op 12 januari 2010 verwoestte een aardbeving met de kracht van 7.3 op de schaal van Richter een deel van Haiti.
De balans die uiteindelijk door de lokale autoriteiten wordt opgemaakt, meldt meer dan 200.000 doden, 300.000 gewonden en meer dan 3.000.000 mensen die beroofd zijn van al hun bezittingen.
Nu, zes maanden na deze aardbeving, blijft de situatie zowel in de Haïtiaanse hoofdstad als in de steden van de provincies nog altijd bijzonder moeilijk.
De voorlopige kampen lijken een permanent karakter aan te nemen.
Met de komst van het cyclonale seizoen, raken de tenten en de waterreservoirs beschadigd onder het gewicht van het vele regenwater. Zoals voorzien veranderen meerdere kampen in een moeras. Bij zware regenval 's nachts waken de kampbewoners met hun kinderen en hun persoonlijke bezittingen onder handbereik.
In die kampen heerst het gevoel dat men in de steek gelaten is.
Doordat de non gouvernementele organisaties (NGO’s) zich uit de kampen terugtrekken, verslechtert de situatie zienderogen.
De noodzakelijke humanitaire hulp die zij in de periode na de aardbeving gaven, zoals het verstrekken van hygiënische pakketten en voedselpakketten, is met het terugtrekken van deze organisaties sterk verminderd.
Daarbij komt nog dat de 'operatie verplaatsing' naar geschiktere plekken, met het oog op het cyclonale seizoen, is opgeschort.
De slachtoffers zijn van mening dat de Haïtiaanse overheid niets gedaan heeft en doet om hun leefomstandigheden te verbeteren.
De beloofde wederopbouw is een mooi gedachtegoed, maar het lijkt erop dat men nog zal moeten wachten.
Immers, tijdens de eerste bijeenkomst van de Tijdelijke Commissie voor de Wederopbouw in juni zijn de beloften die in maart in New York zijn gedaan nog niet bevestigd.
'Slechts 5% van de aangekondigde middelen zijn vrijgegeven', is de aanklacht van Mr Golding, minister-president van Jamaica op 4 juli jl tijdens de opening van de 31e top van CARICOM.
Afgelopen woensdag heeft Ricardo Seitenfus, vertegenwoordiger van de OEA, de geldschieters opgeroepen om hun beloften ten aanzien van het Haïtiaanse volk na te komen.
Niettemin worden verschillende tijdelijke huisvestingsprojecten door het Internationale Rode Kruis en door andere instanties aangekondigd. Meer dan 100.000 units moeten worden gebouwd. Die bieden mogelijkheden tot het scheppen van talrijke arbeidsplaatsen. Een andere organisatie, MSF België, benadrukt dat de hoogste prioriteit het opzetten van een gezondheidssector door de lokale autoriteiten is.
Maar van een aanvangsdatum of daadwerkelijke actie is nog geen sprake.
Zes maanden na de ongekende natuurramp van 12 januari spreekt een groot aantal Haïtianen nog steeds zijn afschuw en verslagenheid uit. Maar er is nu ook grote ontevredenheid en frustratie bij de inwoners van Port-au-Prince.
Zo zal de noodsituatie nog lang duren. |