Augustus 2010

Van onze correspondent uit Haïti

Haïti meer dan een half jaar later: “Wie komt ons helpen?”

Meer dan een half jaar na de allesverwoestende aardbeving in Haïti zijn we in Port-au-Prince om de balans op te maken van de situatie. Een situatie die weinig hoopgevend is… Wanneer starten de werkzaamheden voor de wederopbouw? Deze vraag ligt op alle lippen, zowel in Haïti als in het buitenland, nu meer dan zes maanden na de ramp nog geen enkele regeringsactiviteit doet vermoeden dat ook maar een begin wordt gemaakt met de wederopbouw…

De situatie in de vluchtelingenkampen wordt alleen maar schrijnender. De vaak beschadigde tenten zijn nauwelijks bestand tegen de stortbuien die sinds het begin van het cycloonseizoen (van juni tot november) huishouden op Haïti. De drassigheid en het vele vocht maken de kampen onleefbaar. Verhuizen naar drogere plaatsen is essentieel, maar procedures voor herplaatsing zijn al enige tijd geleden stopgezet.
In sommige kampen ontvangen de slachtoffers geen drinkwater en voedsel meer van de NGO’s (non gouvernementele organisaties). Enkele slachtoffers verzekeren nog geen enkele hulp ontvangen te hebben sinds de nacht van 12 januari, zij zijn op elkaar aangewezen om te overleven. Vluchtelingen die na de aardbeving hun toevlucht gezocht hebben tot boerderijen, scholen en kerken lopen gevaar op uitzetting.

Verkiezingen
De slachtoffers hechten weinig waarde aan de verkiezingen die voor 28 november 2010 in Haïti zijn aangekondigd. Zij beweren dat verkiezingen geen enkele zin hebben voor hen zolang  hun situatie inhumaan blijft in de tentenkampen. „Wat ons interesseert is het antwoord op de vraag te weten wanneer er rekening met ons wordt gehouden“, verklaart een jonge vrouw zittend voor haar tent gemaakt van vodden. „De autoriteiten zouden er beter aan doen om ons van hier weg te halen alvorens over verkiezingen te spreken”, voegt een oude dame toe waarbij haar woede goed zichtbaar is.

In antwoord op de vraag naar wat zij hopen, achten de slachtoffers het wenselijk dat zij op een meer leefbare plek worden geplaatst. Het merendeel onder hen hoopt dat het in hun wijk van afkomst zal zijn. Maar zolang het puin van de ingestorte huizen niet opgeruimd is, en er geen middelen zijn om zich opnieuw ergens te kunnen vestigen, blijft die wens voorlopig onvervuld.

Beloofde hulp blijft uit
En ondertussen blijft de beloofde financiële hulp uit, ondanks kritiek hierop van VN-secretaris generaal Bak-Ki Moon en de speciale gezant van de VN voor Haïti Bill Clinton. Van de door de internationale gemeenschap toegezegde gelden is nog maar 10% daadwerkelijk overgemaakt. De Haitiaanse overheid maakt geen haast met opruim- en herstelwerkzaamheden en de meeste NGO’s hebben inmiddels het rampgebied verlaten, waardoor hulpverlening hoofdzakelijk bij particuliere initiatieven vandaan moet komen.

De besteding van de hulpgelden door de Haitiaanse regering wordt niet inzichtelijk gemaakt, wat de angst voor corruptie groot maakt. Conclusie is in elk geval dat de hoop van de meeste arme Haïtianen gevestigd is op particuliere fondsen die met gebruikmaking van de lokale infrastructuur meer voor elkaar lijken te krijgen dan de officiële kanalen. Zolang 1,3 miljoen Haïtianen nog zijn aangewezen op tentenkampen, is er nog veel, heel veel werk te doen in Haïti.

Geef een gezin te eten!
Aardbeving