10 JAAR NA DE AARDBEVING

Amper 35 seconden duurde de aardbeving die Haïti tien jaar geleden tot puin herleidde. Een decennium en 12 miljard noodhulp later is het land de klap nog niet te boven, mede door slecht besteed geld, corruptie, de slechte ligging en onnoemelijke pech.

Bron: dS De Standaard – 10 januari 2020 – Peter Mijlemans

1.  Het natuurgeweld

De aardbeving op 12 januari 2010 had een kracht van 7 op de schaal van Richter. 1,5 miljoen mensen waren dakloos, 295.000 woningen werden met de grond gelijkgemaakt, terwijl er volgens de VN al 300.000 te weinig waren. Volgens de cijfers van de overheid vielen er bij de beving en de vele naschokken 316.000 doden en 1,5 miljoen gewonden. Het was niet de eerste noch de laatste aardbeving die het land trof, wel de zwaarste. Het is verre van de enige natuurramp die het deel van het eiland Hispaniola te verwerken kreeg. Het land heeft een breuklijn en ligt in orkaangebied. Volgens de Wereldbank is 97 procent van de bevolking uiterst kwetsbaar voor de frequente natuurrampen. De doortocht van orkaan Matthew in 2016 kelderde het bnp met een derde. Het gevolg laat zich raden. Zes miljoen mensen – 60 procent van de bevolking – leeft onder de armoededrempel, meer dan 2 miljoen zelfs in extreme armoede.

2.  Slecht bestede hulp

De beelden van de ramp in Haïti raakten de wereld. Tv- en radiozenders in het land sloegen de handen in elkaar voor een benefiet, goed voor een opbrengst van 23 miljoen. Wereldwijd gingen 12.000 organisaties met de collectebus rond. Meer dan 12 miljard euro werd ingezameld en beloofd door donorlanden. Zeven miljard was bestemd voor heropbouw. Tien jaar later liggen zelfs het presidentieel paleis en de hoofdkerk in hoofdstad Port- au-Prince nog in puin. Een ziekenhuis van 90 miljoen is nog onafgewerkt, wegen blijven half aangelegd. Eind 2018 waren er volgens Amnesty nog 36.000 mensen dakloos als gevolg van de ramp. 74 procent van de bevolking woont in een sloppenwijk.
De hulp ging zelden rechtstreeks naar Haïti. Slechts 10 procent werd gestort aan de lokale overheid, voornamelijk voor gezondheidszorg. Slechts 0,6 procent van de steun kwam ten goede aan Haïtiaanse bedrijven, bleek uit een doorlichting in 2017. De heropbouw werd door buitenlandse firma’s opgeknapt. Hun arbeiders werden overgevlogen, kregen kost en inwoon en een gevarenpremie van soms 50 procent bovenop het loon. De bouw van een nieuwe wooneenheid kostte zo 30.000 euro, vijf keer meer dan een woning opgetrokken door een ngo met inheemse werkkrachten.

3.  Foute strategie

De Haïtianen hadden weinig in de pap te brokken bij de verdeling van de hulp. De regie voor de heropbouw lag in buitenlandse handen, met een grote rol voor Bill Clinton. Met de VS aan het roer werd gekozen voor een ideologische aanpak. De hoogste nood moest gelenigd worden, maar daarna moest het geld gaan naar structurele hulp. Die moest Haïti economisch zelfredzaam maken en het leven van de burgers door werk verbeteren. Het dure speerpunt van USAid – goed voor meer dan een miljard – was de bouw van een nieuwe haven met industrieterrein. Katoen (uit de VS) zou er worden gelost en verwerkt tot goedkope kleding. Het industriepark Caracol – waarvoor 350 gezinnen werden verdreven – zou 65.000 jobs bieden. Het zijn er naar schatting nog geen derde. Het succes van Caracol was verbonden aan de nieuwe haven. Die is verre van klaar en de werken door USAid zijn stilgelegd. Het belangrijkste probleem was dat de haven op een verkeerde plaats werd ingepland.

4.  De schaduw van de geschiedenis

Het verleden heeft het land zo ondermijnd en straatarm gemaakt dat het nog net een lichte tegenvaller kan opvangen, maar zeker geen aardbeving met kracht 7. Nochtans zat het land waar Columbus voet aan wal zette, lang geleden op een goudmijn: suiker geteeld door slaven. Toen het in 1804 onafhankelijk werd, was het door de internationale handel een van de meest winstgevende plekken ter wereld. Alleen was de rijkdom nooit voor de bevolking zelf. Het geld verdween naar het buitenland of was geconcentreerd rond enkele steenrijke families.

Al meer dan 70 jaar kan het land  alleen de eindjes aan elkaar knopen door buitelandse financiële steun. Soms heeft dat een verwoestend effect. Een kleine 60 jaar geleden koppelde de VS die hulp aan lage importtarieven op landbouwproducten. Haïti werd overspoeld door goedkope, overtollige oogst van Amerikaanse boeren. De lokale landbouw werd kapot geconcurreerd. Eén op de drie heeft nu dagelijks dringende voedselhulp nodig om te overleven.

5.  Brute pech

Omdat de bevolking zo verzwakt is, wordt het land soms hard getroffen door epidemieën. In oktober van het rampzalige jaar 2010 brak een cholera-epidemie uit. Er werden 800.000 verdachte gevallen vastgesteld, net geen 10.000 mensen stierven aan de ziekte. De bestrijding kostte veel geld en energie. Voorlopig werd het laatste geval in februari 2019 vastgesteld. Het duurde nog wel twee jaar voor het land officieel choleravrij kon worden verklaard. Dat de cholera zich zo snel, lang en dodelijk kon verspreiden, heeft te maken met de ondervoeding en met een chronisch gebrek aan infrastructuur. Eén op de vier heeft geen toegang tot sanitair.

De cholera kwam mee met Nepalese VN-blauwhelmen die ter hulp kwamen. Ze gebruikten de rivieren als hun riool. De VN erkenden pas jaren later het verhaal, maar weigerden de verantwoordelijkheid. Anders moesten ze de miljarden om de ziekte te bestrijden betalen.

6.  Altijd weer corruptie

Hulporganisaties hebben elk hun eigen manier van werken en willen die in eigen handen houden. In Haïti speelde nog een tweede factor: een absoluut gebrek aan vertrouwen in de sinds mensenheugenis corrupte overheid. Vorig jaar nog dook het PetroCaribe-schandaal op. In 2008 werd een deal gesloten met Venezuela. Haïti mocht olie tegen spotprijzen kopen maar moest slechts veertig procent onmiddellijk betalen. De andere zestig procent mocht over 25 jaar gespreid worden. De overheid kon de olie zo duurder doorverkopen aan privéafnemers. Het spaarpotje was bestemd voor socio-economische projecten. Uit een doorlichting van het Nationaal Rekenhof bleek in 2018 dat er twee miljard verdiend was voor het fonds. Dat vervolgens geplunderd werd door iedereen die er zijn handen op kon leggen. Van de projecten kwam niets in huis. Het enige wat het opgeleverd heeft, is een gigantische schuld aan Venezuela.

7.  Sociale onrust

Al 551 dagen wordt het land getroffen door onafgebroken straatprotest. Oorspronkelijk was het ongenoegen gericht tegen de hogere brandstofprijzen om de schuld aan Venezuela af te betalen, maar sinds eind vorig jaar mikt het rechtstreeks op de ‘corrupte’ president Jovenel Moïse, die weigert af te treden. Sinds november vorig jaar is het openbare leven er zo goed als verlamd door blokkades. Al 30 jaar sukkelt de politiek in Haïti van staatsgrepen naar bloedige afrekeningen tussen rivaliserende politieke partijen, straatprotest, interim- presidenten tot en met een Amerikaanse invasie in 1994 en telkens weer frauduleuze verkiezingen. Het nieuwe parlementsgebouw van 60 miljoen is wel klaar. Maar het staat leeg door de onlusten.